‘500.000 tot 700.000 Nederlanders besmet met coronavirus’

Er zijn inmiddels 500.000 tot 700.000 Nederlandse besmet (geweest) met het coronavirus. Dat vertelde RIVM-directeur Jaap van Dissel vandaag tijdens een bijpraatsessie in de Tweede Kamer.

Van Dissel benadrukte nog eens de drietrapsraket waarop in Nederland wordt omgegaan met het coronavirus:

  1. Bescherm kwetsbare ouderen
  2. Zorg dat de zorg het aankan
  3. Houd zicht op de ontwikkeling van het virus

De strategie van Nederland is om het virus gecontroleerd rond te laten gaan, voordat er een vaccin is. Waarom geen pogingen om de besmettingen nog verder te laten dalen en dán pas versoepeling van maatregelen doorvoeren, wilden enkele Kamerleden weten. Andere landen zouden dat wel doen. Van Dissel: ‘Ik ken in Europa geen land dat de strategie heeft om het virus nu te elimineren. We weten dat het virus onder ons is. Het is ook moeilijk vat op het virus te krijgen als mensen milde klachten hebben, en dat is met het coronavirus vaak het geval. In Duitsland heeft Angela Merkel al heel snel gezegd dat het virus onder ons is en dat een percentage van de bevolking ziek zal worden. We proberen naar een beheersbaar getal te gaan. In wezen hebben we ook geluk dat het virus in de aanloop van de zomer is gekomen en niet in de winter als je ook te maken hebt met andere virussen en de griep.’

Mondkapjes
Volgens Van Dissel blijft het effect van het dragen van mondkapjes minimaal, misschien 5 tot 10 procent volgens enkele studies. Het kabinet maakte gisteren juist bekend dat vanaf 1 juni een mondkapje verplicht is voor iedereen die wil reizen met het openbaar vervoer. Van Dissel: ‘De meeste mondkapjes laten 40 tot 80 procent druppels door. Ook blijkt uit studies dat mondkapjes vaak verkeerd worden gebruikt, binnenste buiten, op de kop. Er moeten wel goede gebruiksaanwijzingen komen.’

Horeca
Het openen van de horeca per 1 juni is nog geen vaststaand feit, vertelde Van Dissel in de Tweede Kamer. Eerst zal er in de aanloop van die datum een wetenschappelijke beoordeling moeten plaatsvinden. ‘Wat het kabinet gisteren heeft gedaan is een routekaart bepalen. Belangrijk daarbij is dat er steeds gekeken wordt of het de goede kant op gaat en we niet een toename van infecties zie, waardoor we te veel in de problemen komen. Uiteindelijk is het niet aan mij, maar aan de ministers.’