Geheugentheater
Het onafgemaakte Geheugentheater in Stadshagen.

Brief Ben Raaijman naar gemeenteraad

Geacht raadslid,

 

Via een telefoontje van het Zwolse weblog Zwollenu.nl, is mij ter ore gekomen dat uw raad vanavond onder meer spreekt over de ontwikkelingen op de plek van het voormalige kasteel Werkeren. De plek waarvoor ik jaren geleden het geheugentheater heb ontworpen.

 

In het verleden ben ik terughoudend geweest in mijn reacties naar de pers en heb ik geprobeerd de ontstane situatie met constructieve voorstellen naar een oplossing te brengen. Ik ben daarbij richting het bestuur van uw gemeente ver gegaan. In het dossier zou u onder veel meer het voorstel kunnen vinden om het terrein door andere kunstenaars op mijn kosten in te laten richtten.

 

Vanuit de gemeente Zwolle is nooit een ander bericht naar mij gezonden dan een driewerf en ongemotiveerd Neen. Overigens heeft mij ook nooit enig bericht bereikt over het agenderen voor de raad van zaken die ook mij aangaan.

 

Dat is erg jammer, en ook erg bijzonder gegeven de zwaarte van de aantijgingen. Feiten zijn belangrijk in deze kwestie waar ik naast de gemeente Zwolle een aandeel in heb. Berichten met een onjuiste inhoud schaden mijn reputatie als kunstenaar/ondernemer, maken realisatie van het werk onmogelijk en kosten de gemeenschap uiteindelijk veel geld.

 

Eerst maar even over de feiten. Kort samengevat: We zijn al heel lang bezig in dit project. De basis-overeenkomst met de gemeente stamt uit 2001, en dus niet uit 2006.

Ik ben nooit failliet gegaan noch heb ik ooit in staat van faillissement verkeerd.

Onjuist is ook dat ik naar de gemeente toe, nooit iets van mij zou hebben laten horen.

De gemeente heeft op €30.000,- na niets vooruit betaald en ik heb in de afgelopen twee jaar vier keer formeel en vele malen meer informeel geprobeerd om met de gemeente Zwolle tot een vergelijk te komen al dan niet via mijn advocaat. Het gemeentelijk antwoord was onveranderlijk Nee, nee en nog eens nee. Ook toen ik voorstelde om het terrein op mijn kosten door een andere kunstenaar via een onafhankelijke instelling, te laten inrichten kreeg ik nul op rekest.

 

 

 

De gemeente spreekt ten onrechte over een contract uit 2006. En koppelt daar het totaal bedrag van €227.000,- aan. Maar dat klopt dus niet. Het gaat om een contract uit 2001. Vanaf dat jaar zijn er allereerst in een team ontwerp werkzaamheden uitgevoerd en nadat die met enthousiasme werden ontvangen is er een aanzet gemaakt om te komen tot realisatie. Het huidige eiland en de verbeelding van de voormalige slotgracht zijn daar het resultaat van. Deze werkzaamheden, die twee jaar in beslag namen, zijn daarna zoals het hoort na verrichte werkzaamheden, afgerekend.

 

Daarna raakte het project in het slop. Daar zat een politieke kwestie achter; namelijk de keuze voor de uitbater van de nieuwe “Wijkboerderij”. Travers en Landstede, streden om het contract. Deze wijkboerderij behoorde tot het project. De gunning voor het uitbaten van de kasteelboerderij aan de een of de ander, veroorzaakte veel ophef, en het duurde jaren voor men er uit was. Nadat ik meen Landstede aan de slag mocht, kreeg ik het verzoek om te proberen geld bij elkaar te brengen voor realisering van het geheel. Ik heb een website gebouwd en ben rond gegaan met de presentatie van het project bij allerlei instellingen en de provincie. We haalden € 150.000,- op. Daarmee, het was inmiddels inderdaad 2006, en konden we aan de slag.

 

Maar de problemen waren daarmee niet weg. Details over waterhoogtes, afvoergemalen, de vergunningen voor dit alles, de bouwvergunning, en als terugkerend pijnpunt de inrichting van het voorterrein, bleven de boel ernstig vertragen. Ik maak dat soort zaken in het type werk dat ik doe, vaak mee. Goed opdrachtgeverschap voorkomt dan problemen.

 

Mijn contract met de gemeente is een contract met een kunstenaar. Zou het een contract met een aannemer zijn geweest dan had erin gestaan dat de werkzaamheden in een aaneengesloten periode uitgevoerd moesten worden, en dat de gemeente verantwoordelijk zou zijn voor vertraging. De vertragingen waar ik het over heb zouden de gemeente goud geld hebben gekost. Maar; ik ben geen aannemer, en de gemeente was niet kwaadwillend, ik verrichte mijn deelwerkzaamheden en ik ontving hiervoor betalingen. Mijn werkzaamheden werden steeds gepresenteerd en keurig afgerekend door de gemeente.

 

Aan de zijde van de gemeente veranderde er ondertussen voortdurend veel. Behandelende ambtenaren wisselden voortdurend, overdracht vond niet of nauwelijks plaats. Het project duurde dus eindeloos, zonder dat ik daar iets aan kon doen.

 

Toen ik eind 2009 in serieuze problemen kwam, waren we dus 8 jaar onderweg. Mijn problemen brachten mij in een financiële crisis echter geen faillissement. Ik heb echter altijd tot in detail met de gemeente overlegd overmijn situatie. In het laatste overleg vond ik helaas voornamelijk juristen tegenover me. Uit een interne mail van de gemeente, die per ongelijk aan mij werd verzonden, bleek dat de gemeente geschrokken was van de onprofessionaliteit van haar eigen ambtenaren en commissie. En dat daarom de procedures veranderd werden. Er begon ineens een andere wind te waaien vanuit de gemeente.

 

En ja, op dat punt had ik een advocaat in moeten huren. Maar ik was ervan overtuigd dat we als redelijke mensen met elkaar konden praten omdat dat steeds was gebeurd.

Zeker na de eerdere negatieve berichtgeving in de Stentor en vervolgens de website GeenStijl, over het project was praten met de gemeente een gepasseerd station. De politici begonnen slecht geinformeerd aan grote woorden. Oplichter! De gemeente Zwolle probeerde haar reputatieschade kennelijk te beperken En de kranten vonden het lekker. Weer een mooi verhaal over gemeentelijk falen waarbij de gemeenschap opdraait voor de kosten! Ik kwam met slechte pers in het nieuws. Opdrachten van derden aan mij werden gecancelled, mijn financiele situatie verslechterde snel. De gemeente organiseerde zelf het debacle.

 

Ik kon mijn onderaannemers niet meer financieren om deelwerkzaamheden te verrichten. De juridische procedure heb ik te luchthartig opgenomen. En toen de uitkomst daar was, maakte de opgelegde dwangsom elke realisatie onmogelijk. Elk voorstel voor overleg werd of niet beantwoord, of er kwam een onmogelijke afspraak. ( Morgen beginnen met de realisatie dan een gesprek)

 

Iedereen die kijkt naar de door mij wel gerealiseerde projecten, begrijpt dat er iets niet klopt aan deze kwalificaties. Ik ben serieus, werk hard en schep bijzondere en complexe situaties in de openbare ruimte.

 

In de afgelopen jaren, heb ik veelvuldig uitgebreide voorstellen gedaan om te komen tot een afronding. De gemeente bleef onvermurwbaar. De gemeente sleepte mij voor de rechter en dwong mij met dwangsommen het project af te maken. Die actie heeft beide partijen niets goed gebracht want het project is niet af.

 

Het is te betreuren dat de gemeente zonder enige nadere motivering niet meer voor of achteruit wilde terwijl ik het project simpelweg kon afmaken indien de gemeente iets had meebewogen. 

 

In de woorden van een invloedrijke Overijsselse politicus, die heeft geprobeerd onder de radar te bemiddelen: De gemeente heeft niet als primaire doelstelling jou te beschadigen. Wanneer dat toch gebeurt of gebeurd is, dan is dat een kwestie van gemeentelijk onbenul.

 

Ik heb mijn aandeel in wat er mis is gegaan. En heb dat steeds erkend. Maar de professionele organisatie die de gemeente zou moeten zijn, zou beter moeten weten en niet alleen maar de schuld voor het mislukken van het project bij mij neerleggen. Ik ben overigens nog steeds bereid om te praten met de gemeente, maar ik begrijp van mijn advocaat dat de gemeente niets meer wil en betaalde bedragen bij mij wil terugvorderen via de rechtbank. We zullen zien wat dat oplevert, maar nu al staat vast dat een nieuw project veel meer zal kosten dan het huidige project door mij af te laten maken.

 

Hoogachtend, 

 

Ben Raaijman