Home / Hoofdzaken / De nieuwe school
Column Hanneke Poelmans

De nieuwe school

Hanneke Poelmans is de nieuwe columniste van ZwolleNu. Ze schrijft geregeld over wat haar bezighoudt en wat haar verwondert vanuit haar leven in Zwolle. In aflevering 1: De Nieuwe School.

Achteraf waren er veel signalen. Buien, interpretaties en veel kevers. Blauwe kevers, zijn lievelings. Elke schoolpauze was hij er druk mee, kevers zoeken. Als een ekster op zoek naar de prachtige gekleurde glimmende schilden. Hij wist precies in welke bosjes ze zaten, hoe hij ze moest vangen. Hij wilde ze bewaren, voor altijd bij zich houden. Stopte ze in zijn jaszak, tot de juf ze in het hoekje bij de kapstok over de grond en jassen zag krioelen. Niet zo handig. Maar dat snapte hij niet. Hoezo niet? Wóest om het grote onrecht dat hem in zijn ogen werd aangedaan toen de juf de kriebelbeestjes weer naar buiten bracht.

Woedende krassen op de juffen, op de armen van die jongen die zijn spel kwam verstoren, krassen binnenin zijn hoofd.

Nog vaker woest om kleine, ogenschijnlijk onbenullige dingen, die de andere kinderen zich in hun amper vier jaar op aarde blijkbaar uit zichzelf eigen hadden gemaakt. Woedende krassen op de juffen, op de armen van die jongen die zijn spel kwam verstoren, krassen binnenin zijn hoofd.
Eén grote onveilige wereld die niet klopte met hoe die er in zijn ogen uit zou moeten zien.

Elke dag weer.
Tot het niet meer ging.

Amper zes maanden na zijn start op de nieuwe school, in de nieuwe wijk, waar papa en mama trots een nieuw huis hadden gekocht, met alle voortekenen van Vinexgeluk.
Er kwamen gesprekken, deskundigen, observaties in de klas, aanpakken, waarschuwingen, tips (alles zogenaamd ‘passend’) en bovenal veel tranen. Op school, op al die momenten dat er kortsluiting ontstond, dat de omgeving andere dingen van hem verlangde dan hijzelf, terwijl hij zelf zo hard verlangde. Naar begrip. Naar rust. Naar kloppen. Thuis, wanneer papa en mama niet in één keer begrepen wat hij bedoelde. Bij papa en mama zelf ook, die tranen. Vanwege de vermoeidheid, de onmacht, het idee gefaald te hebben. Niet in het verwekken van deze prachtige jongen, maar in het niet kunnen lezen, beschermen, het niet gelukkig kunnen maken.

Er kwamen time-outs, schoolloze dagen, specialistische zorg, diagnoses, toetsen en beschikkingen en uiteindelijk een nieuwe school, aan de rand van de stad.
‘Prachtige omgeving’, riep iedereen monter. ‘Bos, dieren, rust’. Papa en mama vonden het minder prachtig; de oude gebouwen, de lage plafonds, de geur van bederf op het donkere vakantiepark-achtige terrein, de prikkelloze omgeving in de klassen. Niet het beeld dat een jaar eerder op de lange zoektochten voor ogen was, naar de juiste school, waarbij elk detail zorgvuldig werd afgewogen. Alles voor het grootst mogelijke geluk van die kleine. Nu was er simpelweg geen keus, het was het enige type geschikte school in de omgeving, nog een geluk dat het de eigen stad was.

Vanuit het perspectief van de kleine snuiter waren de plafonds hoog genoeg en vakanties toch leuk?, kíjk een paadje door de bosjes!

Oplaaiende ergernis, vooral over het idee weggestopt te worden, niet middenin de wereld, maar aan de rand, hoe mooi die ook was, alsof je er niet bijhoort, er niet mag zijn. Omdat de anderen moeite hebben met jouw gedrag, moet jíj weg, samen met al die andere niet-passenden. Geen enkel meisje in de klas. Wat voor referentiekader kweek je zo, wat doet het met je?
Niemand die het kon vertellen, ook de hartelijke directeur niet, die droomde van een wereld waarin iedereen er mag zijn, sámen naar school gaat, met bevoegde leerkrachten die álle kinderen kunnen geven wat ze nodig hebben, kleine klassen, meer geld. Dat het niet onmogelijk was, bleek uit Scandinavische voorbeeldlanden, vertelde hij hoopvol.

De school mocht getest, bezichtigd, gewend. Vanuit het perspectief van de kleine snuiter waren de plafonds hoog genoeg en vakanties toch leuk?, kíjk een paadje door de bosjes!
Terwijl papa en mama gelaten het terrein afsjokten, de tientallen auto’s en busjes af en aan zagen rijden door de nauwe oprijlaan, ooit aangelegd toen de mensen nog tevreden waren met kleine auto’s, klonken uit de bosjes verrukte kreten van de jonge verkenner:

“Papa, mama, kijk! Blauwe kevers!”