Home / Columns / De wonderbox
Column Hanneke Poelmans

De wonderbox

Hanneke Poelmans is columniste. Ze schrijft geregeld over wat haar bezighoudt en wat haar verwondert vanuit haar leven in Zwolle. In aflevering 2: De Wonderbox.

‘Er had zich een wonder voltrokken. Op kleine schaal weliswaar, maar alles is veel voor wie niet veel verwacht. Juist als je het niet ziet aankomen, dienen ze zich aan. In mijn geval zo half november, in mijn kleine atheïstische Vinex-biotoop. Het wonder uitte zich in neuriën, verwachtingsvol fantaseren over wat komen zou en watertandend rondhuppelen tijdens het uitpak-ritueel. Kreunende geluidjes tijdens de daad en verzadigd zuchten na afloop. God, wat lekker.

De maaltijdbox had zijn intrede gedaan in mijn leven.

Waarom had ik niet eerder het licht gezien? Het is een vraag die nooit beantwoord zal worden, zoals dat nu eenmaal hoort bij wonderen. Feit was dat hij er was, die box, en hoogstwaarschijnlijk here to stay.

Na het immer gezellige warme katholieke familiebezoek rolden we tegen de schemering de auto in, achterbanken omlaag, mijn broertje en ik gewikkeld in slaapzakken.

Het wonderlijke zat hem in het feit dat ik nooit eerder te porren was geweest voor alles wat met (gezond) koken te maken had. Ja, eten, maar dat was dan ook het enige. Een noodzakelijk kwaad, dat wij mensen ons nu eenmaal moeten zien te getroosten en er derhalve maar het beste van proberen te maken. In mijn geval het liefste bij de Grote Gele M, die als Pavlov-reactie instant happiness oproept in mijn hersenen, stammend uit mijn onbezorgde kinderjaren, bestaande uit vele lange autoritten zuidwaarts die we vanuit het Hoge Noorden regelmatig ondergingen. Na het immer gezellige warme katholieke familiebezoek rolden we tegen de schemering de auto in, achterbanken omlaag, mijn broertje en ik gewikkeld in slaapzakken erop om onder de snelweg-deiningen in slaap te vallen, maar niet voordat we de Grote Gele M aan hadden gedaan.

Waarom uren moeite doen in een keuken met ingewikkelde ingrediënten als het geluk ook voor het grijpen ligt in vrolijk gekleurde wegrestaurants? Het beloofde Zwolse foodcourt (met een Burger King, LaPlace, Subway én KFC) kan wat mij betreft dan ook niet snel genoeg komen. Nóg meer heil en glorie!

Voedsel en gezond eten zijn de nieuwe religie geworden. Hipsters en fitgirls voorop als blije volgelingen.

Maar goed, natuurlijk knaagt het weleens ergens, deep down, vooral omdat voedsel en gezond eten de nieuwe religie is geworden. Hipsters en fitgirls voorop als blije volgelingen, het nieuwste kookboek van Rens Kroes als holy bible. Schuldgevoel ligt aan de oppervlakte in het wonderlijke sausje van devotie en neoliberale maakbaarheid (‘gezond zijn is een keuze!’) dat over ons’ aarde ligt.

Schisma’s liggen zelfs op de loer, toen ik tot mijn ontgoocheling ontdekte dat zelfs mijn ongezondste (en tevens slankste, nog een wonder!) vriendin, die leefde op cola en schuimblokken, op enig moment besmet leek door het gezond eten-virus (dat het een virus is, zal microbioloog Rosanne ‘e-nummer’ Hertzberger beamen). Gelukkig brengt haar nieuwe geliefde in de vorm van dagelijkse Brosjes weer balans in haar leven.

Vrienden en collega’s die als vanzelfsprekend op elk vrij moment hun culinaire hoogstandjes te berde brengen en elkaar geestdriftig tips en recepten toespelen. Om nog maar te zwijgen over de dagelijkse hoeveelheid ongevraagde Insta- of Facebook foodporn-pics. Het fanatisme en de interessantdoenerij, het ontnam me het laatste restje mogelijk kookplezier. Voor moeilijk etende kinderen heeft ook iedereen z’n hoogstpersoonlijke wondermiddeltjes, terwijl ik al blij ben als de mijne twee seconden naar een stuk bloemkool heeft gekéken. Maar dat is weer een hoofdstuk apart.

Maar nu waren er pompoenen, ananassen en knolraapjes in overvloede. It was great. It’s true. Het was een nooit gedroomde droom die uitkwam. Vliegendspaghettimonster-allemachtig, wat een feest! Boerenkool met paddenstoelen, kabeljauwvink met andijvie en ratatouille-ovenschotel. Eenvoudig misschien, maar zelf zou ik er nooit opgekomen zijn, en áls ik dan al ergens een recept had opgeduikeld, zou de supermarktgang en het vooruitzicht een halfuur in de keuken te moeten staan zwoegen, me al subiet naar de grote of de kleine m (magnetron) hebben geleid. 
Nu kan ik niet anders. Want die box is er al. Zonde om er dan niks mee te doen. Zo neoliberaal ben ik wel.
 Het voelt als elke week een kerstpakket. Steeds nieuwe ingrediënten in keurig afgepaste hoeveelheden. Etenswaren die ik nog nooit in mijn leven in hun oorspronkelijke vorm heb gezien, gaan zacht door mijn handen, sissend de pan in… Hallelujah, heerlijkheid!

Hondderdduizend hartjes voor de mensen die zich (vanuit welke overtuiging dan ook) deze periode belangeloos inzetten voor hun medemens en hen een feestelijke maaltijdbox schenken.

Ja, het mag wat kosten, en ja, ik besef terdege in wat voor bevoorrechte positie ik me bevind. Zeker in deze tijd van het jaar, waar tussen het kerstpakkettengeweld de contrasten tussen de haves en de have nots schrijnend zichtbaar worden. Hondderdduizend hartjes dan ook voor de mensen die zich (vanuit welke overtuiging dan ook) deze periode belangeloos inzetten voor hun medemens en hen een feestelijke maaltijdbox schenken. Er is genoeg voedsel om de wereld te voeden, toch sterven dagelijks mensen van de honger. Eten an sich is helemaal niet zo’n wonder, het is een ordinaire levensbehoefte en zou, naast alle opsmuk en hysterie die wij mensen er van maken, voor iedereen vooral heel erg normaal moeten zijn.’