Harde strijd op de Zwolse bloemenmarkt

De complete Zwolse bloemenmarkt is opeens in handen van één familie. De concurrentie mag voorlopig niet meer terugkeren. ‘Het is te zot voor woorden.’

Johan van den Oever heeft zijn bloemenkraam op de markt in Zwolle moeten sluiten. Thuis zit hij met stapels papieren, waarin zijn bezwaarschriften zijn gedocumenteerd. Want het oordeel van de gemeente zal hij aanvechten, desnoods tot de allerhoogste instanties. ‘Deze beslissing slaat nergens op. Door onze vergunning af te nemen is de complete bloemenmarkt in handen van één familie. Welke gemeente wil nu dat haar burgers worden geconfronteerd met een monopolie in de stad?’

Hoe heeft het zover kunnen komen?

Joop van Ham stond 51 jaar op de Zwolse bloemenmarkt en was de nestor onder de kooplieden. In 2013 werd hij ziek. Eerst kwam zijn been onder een laadklep en daarna kreeg hij hartproblemen. ‘Ik kon echt niet meer werken. Het lichaam protesteerde.’

Van Ham besloot om Van den Oever in dienst te nemen, zodat de bloemenkraam op de Grote Markt kon blijven doordraaien. De gemeente Zwolle twijfelde echter over de ziekte van Van Ham en stuurde een ambtenaar naar zijn woonplaats Ugchelen om de marktkoopman in de gaten te houden. Daar zagen ze dat hij bij de bloemenkraam van zijn zoon hand en spandiensten verleende. Van Hams vergunning werd ingetrokken en Van den Oever was ook zijn werk kwijt. Van den Oever: ‘De gemeente is getipt door iemand, dat weten we zeker.’

vandenoever2

Het oordeel van de gemeente bleef overeind: als Van Ham daar kan werken, kan hij ook in Zwolle werken. En omdat Van den Oever nog geen vier jaar bij hem in dienst was – de termijn waarna een werknemer de vergunning kan overnemen – wordt de hele kraam gesloten.

Opvallend was dat de gemeente vrij snel daarna besloot om de vier standplaatsen voor bloemenkramen op de markt in Zwolle terug te brengen naar drie. Van den Oever: ‘En die drie worden allemaal gerund door één familie. We gunnen iedereen zijn brood, daar gaat het niet om. Maar welke gemeente creëert er voor zijn eigen bevolking doelbewust een monopolie? Hier zit allemaal veel meer achter.’

Henk Wissink, marktmeester van de gemeente Zwolle, reageert op de aantijgingen. ‘Het is weliswaar één familie, maar ze hebben allemaal een eigen bedrijf. Dus praten wij strikt gezien over drie aparte ondernemingen.’

Johan van den Oever.
Johan van den Oever.

Van Ham vermoedt kwade opzet. ‘Het is toch te zot voor woorden? Niemand kan op een normale manier verklaren waarom er geen concurrentie meer op de markt mag zijn. Ze hebben een stok gevonden om mij mee te slaan.’ Ook Van den Oever laat het er niet bij zitten. Hij vermoedt veel, maar wil niet speculeren voordat hij alles in kaart kan brengen. Doorgaan met zijn strijd tegen de gemeente doet hij wel, tot de laatste snik. ‘Ik heb de volgende bezwaarschriften al de deur uit gedaan.’

Wissink wil er verder niet te veel meer over kwijt. ‘Dit is een precaire zaak, het lijkt me niet verstandig om er nu mijn vingers aan te branden. Wij hebben gewoon de regels gehanteerd. Als de ondernemers de regels niet volgen, moeten wij handhaven.’